Beëindiging van de arbeidsovereenkomst: wat als de werknemer zich bedenkt?

5 november 2025

Het beëindigen van een arbeidsovereenkomst kan op verschillende manieren. Eén daarvan is beëindiging met wederzijds goedvinden, vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst. Vaak wordt in die overeenkomst ook een beëindigingsvergoeding afgesproken, bedoeld als compensatie voor het verlies van werk of om de overgang naar een andere baan te versoepelen. Maar wat gebeurt er als de werknemer zich na het tekenen van de overeenkomst bedenkt? En hoe zit het dan met de reeds betaalde vergoeding?

Beëindiging met wederzijds goedvinden

Een beëindiging met wederzijds goedvinden is een overeenkomst tussen werknemer en werkgever waarin zij afspreken de arbeidsovereenkomst te beëindigen onder bepaalde voorwaarden, zoals een einddatum en een vergoeding.

De werknemer heeft het recht om deze beëindigingsovereenkomst zonder opgaaf van reden te ontbinden binnen 14 dagen na ondertekening. Dit moet schriftelijk gebeuren. Als de werkgever in de overeenkomst niet expliciet vermeldt dat de werknemer dit herroepingsrecht heeft, wordt de termijn automatisch verlengd naar 21 dagen.

De werkgever moet dus actief en aantoonbaar wijzen op dit herroepingsrecht. Doet hij dit niet (of kan hij het niet bewijzen), dan is de werknemer alsnog bevoegd om de overeenkomst binnen drie weken te ontbinden.

Recente uitspraak

In een uitspraak van 4 september 2025 oordeelde de kantonrechter Midden-Nederland over een zaak waarin een beëindigingsovereenkomst tussen werkgever en werknemer op 26 mei 2025 was gesloten. Alles leek geregeld, inclusief een beëindigingsvergoeding, totdat de werknemer op 16 juni, binnen drie weken, de overeenkomst via WhatsApp ontbond.

De werkgever stelde dat dit te laat was, maar kon niet aantonen dat de werknemer op het wettelijke herroepingsrecht was gewezen. Omdat die melding ontbrak in de overeenkomst en niet aantoonbaar per brief of e-mail was verzonden, gold de verlengde herroepingstermijn van 21 dagen. De herroeping was dus rechtsgeldig en de arbeidsovereenkomst herleefde per 16 juni. De werknemer had dus recht op loondoorbetaling vanaf die datum. De reeds uitbetaalde vergoeding zou in principe terugbetaald moeten worden, maar de werkgever had geen vordering tot terugbetaling ingesteld. Daarom kon de rechter niet verplichten het bedrag terug te geven. Het geld bleef dus bij de werknemer, ondanks dat de arbeidsovereenkomst weer actief was.

Conclusie

Beëindiging met wederzijds goedvinden lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, maar kent strikte juridische eisen. Het niet naleven van deze regels kan grote financiële gevolgen hebben. Werkgevers doen er goed aan om hun beëindigingsdocumenten juridisch te laten toetsen en om de communicatie met werknemers zorgvuldig vast te leggen.

Heb je vragen over beëindigingsovereenkomsten of wil je een overeenkomst laten controleren? Neem contact met ons op via: ln.wal-xat-oilisnoc@xkirdneh.euqinad

Geschreven door Veerle Bergenhuizen, juridisch stagiaire