Nieuw wetsvoorstel over schijnzelfstandigheid aangenomen: wat betekent dit voor jou?

21 mei 2026

De discussie over zzp’ers en schijnzelfstandigheid speelt al jaren. Veel organisaties werken flexibel samen met zelfstandigen, terwijl tegelijkertijd de overheid probeert duidelijker te maken wanneer iemand echt ondernemer is en wanneer er eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Met een nieuw wetsvoorstel zet de overheid nu een belangrijke stap richting meer duidelijkheid en bescherming van werkenden.

Op 21 april 2026 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel over het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een laag uurtarief. Dit voorstel moet vooral laagbetaalde zzp’ers beter beschermen tegen situaties waarin zij officieel zelfstandig zijn, maar in de praktijk werken als werknemer.

Wat houdt het wetsvoorstel in?

De kern van het voorstel is eenvoudig. Werkenden die €38 per uur of minder verdienen (met peildatum 1 januari 2026) worden vermoed werkzaam te zijn op basis van een arbeidsovereenkomst.

Dat betekent niet automatisch dat iedere zzp’er met een lager tarief werknemer wordt. Het gaat om een zogenoemd rechtsvermoeden. In de praktijk betekent dit dat een werkende makkelijker kan stellen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Vervolgens moet de opdrachtgever aantonen dat er toch echt sprake is van zelfstandig ondernemerschap.

Het uurtarief wordt bovendien jaarlijks aangepast. Oorspronkelijk zou dit gebeuren op basis van het minimumloon, maar tijdens de behandeling in de Tweede Kamer is besloten dat de indexatie gekoppeld wordt aan de cao loonontwikkeling.

Waarom komt deze wet er?

De overheid wil al langere tijd meer grip krijgen op schijnzelfstandigheid. Daarbij gaat het om situaties waarin iemand als zzp’er werkt, maar feitelijk weinig verschilt van een werknemer. Denk aan werkenden die onder directe aansturing werken, weinig ondernemersrisico lopen en sterk afhankelijk zijn van één opdrachtgever.

Deze ontwikkeling hangt samen met een bredere verandering op de arbeidsmarkt. Het aantal zelfstandigen is de afgelopen jaren flink gegroeid en tegelijkertijd ontstond steeds meer onduidelijkheid over de vraag wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Die onduidelijkheid zorgde er zelfs voor dat de Belastingdienst jarenlang terughoudend was met handhaving. Tussen 2016 en 2025 gold namelijk een handhavingsmoratorium rondom schijnzelfstandigheid. Inmiddels is duidelijk dat de overheid daar verandering in wil brengen.

Meer duidelijkheid over arbeidsrelaties

Het wetsvoorstel maakte oorspronkelijk onderdeel uit van een groter plan: de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden, ook wel VBAR genoemd.

Daarin wilde de overheid duidelijker vastleggen hoe beoordeeld moet worden of iemand werknemer of zelfstandige is. Belangrijk daarbij zijn factoren zoals de mate van aansturing, de manier waarop het werk organisatorisch is ingebed en de vraag of iemand echt voor eigen rekening en risico werkt.

Ook ondernemerschap buiten de specifieke opdracht speelt een rol. Denk bijvoorbeeld aan meerdere opdrachtgevers, eigen acquisitie en het zelfstandig naar buiten treden als ondernemer.

Een deel van deze plannen is inmiddels aangepast naar aanleiding van recente rechtspraak van de Hoge Raad, waaronder het bekende Uber arrest. De rechter heeft daarin benadrukt dat niet één factor doorslaggevend is, maar dat altijd gekeken moet worden naar het totaalplaatje van de arbeidsrelatie.

Wat gaat er nu gebeuren?

Voor organisaties die werken met zzp’ers is dit een belangrijk moment om bestaande samenwerkingen opnieuw te bekijken. Zeker wanneer gewerkt wordt met tarieven rond of onder de grens van €38 per uur, is het verstandig om kritisch te kijken naar de inrichting van de arbeidsrelatie.

Niet alleen het contract is daarbij van belang, maar vooral de dagelijkse praktijk. Hoeveel zelfstandigheid heeft de opdrachtnemer echt? Is er sprake van ondernemersrisico? Werkt iemand voor meerdere opdrachtgevers? En hoeveel sturing geeft de opdrachtgever?

Wat betekent dit voor werkgevers en zzp’ers?

De verwachting is dat deze wet meer discussie en mogelijk ook meer procedures gaat opleveren over de kwalificatie van arbeidsrelaties. Tegelijkertijd wil de overheid juist meer duidelijkheid creëren en misbruik voorkomen.

Voor zowel opdrachtgevers als zelfstandigen wordt het daarom steeds belangrijker om arbeidsrelaties goed te beoordelen en zorgvuldig vast te leggen. Een samenwerking die op papier zelfstandig lijkt, kan in de praktijk alsnog als arbeidsovereenkomst worden gezien.

Wij volgen de ontwikkelingen rondom deze wetgeving op de voet en helpen organisaties graag bij het beoordelen van arbeidsrelaties en de mogelijke gevolgen van deze nieuwe regels. Heb je vragen over de inzet van zzp’ers of wil je weten wat deze ontwikkelingen betekenen voor jouw organisatie? Neem dan gerust contact met ons op.