In Nederland werken ongeveer 916.000 mensen als oproepkracht. Oproepkrachten hebben vaak te maken met onzekerheid over hun inkomen, werktijden en baanzekerheid. Daarnaast lopen zij een groter risico op armoede en hebben zij minder toegang tot scholing en ontwikkeling. Daarom heeft de regering een wetsvoorstel ingediend om oproepcontracten en het loonuitsluitingsbeding grotendeels af te schaffen.
Volgens het wetsvoorstel worden nulurencontracten verboden en vervangen door min-maxcontracten. Werkgevers en werknemers moeten daarbij duidelijke afspraken maken over het minimale en maximale aantal uren dat wordt gewerkt. In de arbeidsovereenkomst moet worden vastgelegd op hoeveel uren een werknemer minimaal recht heeft binnen een periode van maximaal één kwartaal. Het maximumaantal uren mag daarbij niet hoger zijn dan 130% van het minimumaantal uren.
Wanneer een werkgever meer uren aanbiedt dan het afgesproken maximum, is de werknemer niet verplicht deze uren te accepteren. Met deze maatregelen wil de overheid werknemers meer zekerheid en voorspelbaarheid bieden over hun werk en inkomen.
Het loonuitsluitingsbeding is een bepaling in een arbeidsovereenkomst waarin wordt afgesproken dat een werknemer alleen loon ontvangt voor de uren die daadwerkelijk zijn gewerkt. In het wetsvoorstel wordt deze regeling grotendeels afgeschaft. Dit betekent dat werkgevers in de meeste gevallen loon moeten doorbetalen wanneer er tijdelijk geen werk beschikbaar is.
Er gelden echter enkele uitzonderingen. Scholieren en studenten met een bijbaan van maximaal 16 uur per week en uitzendkrachten in de eerste 52 weken van hun uitzendovereenkomst blijven onder het loonuitsluitingsbeding vallen.
Heb je nog vragen over het nieuwe wetsvoorstel? Neem dan gerust contact met ons op via ln.wal-xat-oilisnoc@xkirdneh.euqinad.
Geschreven door Anne Bormans, juridisch stagiaire
